Curatoren Theologische Universiteit
Deputaten Curatoren vormen de raad van bestuur van de Theologische Universiteit in Kampen. Aan hen is opgedragen de behartiging van wat in algemene zin kan strekken ten nutte van de Theologische Universiteit. Ook hebben zij, volgens plan, de taak op zich genomen van het deputaatschap studiefinanciering, dat door de Synode Harderwijk 2011 opgeheven is.
.
Contact
Postadres: Postbus 5026, 8260 GA Kampen
E-mailadres: curatoren@gkv.nl
Rapporten en acta Curatoren:
Deputatenrapport 2008 + aanvulling
Synodebesluiten 2008
Acta 2008 Bijlage 9.1 Statuut van de TU
Acta 2008 Bijlage 9.2 Artikel ND
Beleidsrapport GS Harderwijk 2011
Rapporten en acta Studiefinanciering
Deputatenrapport 2008
Synodebesluiten 2008
Art. 19 KO accountantsrapport 2007
Art. 19 KO accountantsrapport 2008
Art. 19 KO accountantsrapport 2009
Beleidsrapport GS Harderwijk 2011
Opdracht van de Generale Synode Harderwijk 2011
Besluit 6:
nieuw te benoemen deputaten Raad van Toezicht te machtigen:
a. in naam van de kerken toezicht te houden op het bestuur van de Theologische Universiteit volgens het Statuut;
b. voort te gaan op de weg van strategische positionering van de Theologische Universiteit zoals die o.a. is vastgelegd in ‘Dienstbaar en wendbaar’; uitgangspunten en randvoorwaarden blijven:
1. de Gereformeerde Kerken in Nederland weten zich krachtens artikel 18 KO verantwoordelijk voor het onderhouden van een eigen wetenschappelijke opleiding van hun predikanten, die zowel een bachelor- als een (predikants-)mastertraject omvat;
2. de Theologische Universiteit staat open voor en is positief gericht op andere studie-uitgangen ten dienste van de bewaring en voortgang van het evangelie in kerk en wereld;
3. samenwerking met andere instellingen dient de beoefening en uitstraling van de gereformeerde theologie nationaal en internationaal ten goede te komen c.q. te versterken;
4. de aard en mate van de samenwerking van de Theologische Universiteit met andere instellingen dient in overeenstemming te zijn met de mate van kerkelijke en confessionele verbondenheid met deze instellingen;
5. inhoudelijke samenwerking en afstemming met het HBO dient m.n. het beroepsvoorbereidend profiel van het onderwijs en het wetenschappelijk profiel van het onderzoek van de Theologische Universiteit te bevorderen.
Besluit 7:
de Raad van Toezicht op te dragen op de voortgezette zitting (in 2012) de synode te dienen met een rapportage inzake:
a. de herziening, wijziging en actualisering van het Statuut: - de verhouding en werkwijze van het Curatorium in relatie tot het bevoegd gezag (College van Bestuur) en de mandaterende Raad van Toezicht; - de opheffing van de Vooropleiding en daaraan verbonden bepalingen; - andere wijzigingen die (niet) algemeen bekend zijn;
b. de afhandeling van de in het materiaal onder 4 en 5 genoemde brieven;
c. de profielschetsen voor de leden van de Raad van Toezicht en van het Curatorium;
d. de oprichting van een bijzondere leerstoel ‘christelijke identiteit’;
e. de mogelijkheden tot samenwerking met andere theologische opleidingen;
f. de uitwerking van de ‘Aanvullende notitie’ alsmede de afstemming met deputaten F&B over de financiële gevolgen;
g. een protocol hoe om te gaan met bezwaren die uit de kerken worden ingediend inzake benoemingen aan de TU.De Generale
Het College van Bestuur (CvB) heeft de volgende taken:
1. In opdracht van de generale synode de universiteit besturen.
2. Uitoefenen van het bevoegd gezag.
3. Het doen van (voordrachten voor) benoemingen.
4. Zorg dragen voor continuïteit van organisatie en bestuur.
Het College van Toezicht (CvT) heeft de taak het confessioneel karakter en het wetenschappelijk niveau van de universiteit te bevorderen, te toetsen en te bewaken. Daarbij richt het CvT zich op:
1. Het weren van alles wat met Gods Woord en de gereformeerde belijdenis in strijd is.
2. Het geven van inhoudelijke stimulansen.
3. Het tijdig signaleren van probleempunten.
4. Het omgaan met veranderingen in theologisch inzicht en de gevolgen daarvan voor de opleiding.
5. Het beoordelen en beantwoorden van eventuele bezwaren die tegen leer of leven van docenten worden ingebracht.