Hulpbehoevende kerken (GS11)
Het deputaatschap Hulpbehoevende kerken (GS11) verleent aanvullende financiële steun voor kerken in ons kerkverband, waaraan een predikant is verbonden en die dat financieel niet volledig kunnen bekostigen.
Landelijk kan alleen maar steun aangevraagd worden door een particuliere synode die zelf niet in staat is om de aanvullende steun van kerken en classes op te brengen.
Om voor steun in aanmerking te komen, moeten de betrokken kerken, de classes en de particuliere synoden aan bepaalde criteria voldoen. Deze criteria zijn door deputaten ontwikkeld en door de GS 2011/12 Harderwijk overgenomen. Zeker bij het verdelen van landelijk beschikbare gelden behoort het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ te worden toegepast, zodat een kerk in het Groningerland in vergelijkbare omstandigheden op dezelfde manier wordt behandeld als een kerk in Gelderland of Holland-Noord.
Toekenning van financiële ondersteuning is op grond van art. 11 van de KO alleen mogelijk ten behoeve van kerken die niet zelf hun predikant volledig kunnen onderhouden. Het deputaatschap steunt geen bijzondere projecten, bijvoorbeeld voor kerkbouw of kerkplanting of het onderhouden van kerkelijke werkers.
Het deputaatschap heeft eind 2011 onderzoek gedaan naar de totale steunverlening op basis van artikel 11KO gedurende de afgelopen drie jaar. Hieruit blijkt dat gemiddeld per jaar 28 kerken steun ontvangen; per kerk gemiddeld zo'n € 20.000,- per jaar. Globaal wordt jaarlijks zo'n € 550.000,- aan steun verleend.
Contact
Postadres: Hofstraat 74 2231 WX Rijnsburg
E-mailadres: gs11@gkv.nl
Contactpersoon: B. Judels T 071-4023198
Deputatenrapport 2008
Synodebesluiten 2008, Artikel 147,148 / pagina 15-20
Jaarrapport 2008-2009
Jaarrapport 2009-2010
Beleidsrapport Hulpbehoevende kerken GS Harderwijk 2011
Criteria voor steunaanvragen door een Particuliere synode
De Generale Synode Harderwijk 2011 gaf ons de volgende opdracht:
1. voor 2012 en volgende jaren beoordelen deputaten de financiële draagkracht van de particuliere synoden die een verzoek om aanvullende steun doen, en kennen zij een bedrag aan steun toe door middel van een omslag over alle leden van de kerken; deputaten verrichten hun werkzaamheden binnen het vastgestelde budget;
2. bij het beoordelen van de financiële draagkracht van een particulier ressort nemen deputaten mede in overweging of door de ter plaatse geldende regelingen voldoende aandacht wordt besteed aan de eigen inspanningsverplichting van de kerken die steun ontvangen; deputaten zullen zo nodig handreikingen doen voor het berekenen van normbedragen; ook wordt door hen nagegaan of de steun uitsluitend wordt gebruikt voor de instandhouding van een predikantsplaats en niet (bijvoorbeeld) voor bijzondere projecten of het opbouwen van reserves;
3. bij het verlenen van steun spelen alle kerkelijke vergaderingen een rol, in die zin dat er sprake zal zijn van een piramidale opbouw: hoe dichter een kerkelijke vergadering betrokken is bij de instandhouding van de erediensten in een hulpbehoevende kerk, des te meer mag van haar een bijdrage worden verwacht; de ressorten Friesland en Gelderland worden voorlopig bij het toepassen van deze regel uitgezonderd, omdat daar vanouds de steunverlening rechtstreeks door de PS-deputaten gebeurt;
4. een particulier ressort komt pas in aanmerking voor aanvullende steun wanneer door alle kerkleden in dat ressort reeds een bedrag per ziel wordt opgebracht van gemiddeld € 6,00 (als totaal van het classicale en het particulier-synodale quotum) en de reserve van het ressort dit noodzakelijk maakt;
5. de inning van het quotum en het beheer van de gelden worden op de gebruikelijke wijze opgedragen aan deputaten financiën en beheer (F&B), die tevens zorg dragen voor uitbetaling van de toegekende steunbedragen. De verdere uitwerking van regelgeving en normeringen vindt plaats in overleg met deputaten F&B. Daarbij zal worden betrokken de vraag of na 2014 deputaten F&B volledig met de uitvoering van de steunverlening kunnen worden belast, waardoor dan een afzonderlijk deputaatschap niet meer nodig zou zijn;
6. deputaten rapporteren, in samenspraak met deputaten F&B, aan de eerstvolgende generale synode over mogelijke overdracht van alle taken aan deputaten F&B.