Belijdenissen

Vanaf het eerste begin van de christelijke kerk hebben christenen nagedacht en met elkaar gesproken over de boodschap van de Bijbel. Waar staan we voor? Wat is het belangrijkste om door te geven aan onze kinderen en aan andere mensen? In de loop van de tijd heeft de kerk zich op verschillende punten uitgesproken en vastgelegd. Dat gebeurde in belijdenisgeschriften.

In overeenstemming met Gods Woord, de Bijbel, worden in de belijdenisgeschriften essentiële standpunten voor leer en leven uitgewerkt en verwoord. In de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben in totaal zes van die belijdenissen een bepaald gezag. We hebben afgesproken dat wat mensen in en namens onze kerk zeggen, moet passen bij deze belijdenissen. Samen met talloze andere kerken aanvaarden we drie belijdenissen van de oude kerk, de eerste drie in onderstaand overzicht. Met andere gereformeerde kerken stemmen we in met drie uitvoeriger belijdenissen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Dat zijn nummer vier tot en met zes van deze lijst. Die laatste drie noemen we samen de drie formulieren van eenheid.

Apostolische Geloofsbelijdenis
De Apostolische Geloofsbelijdenis is in een iets kortere vorm waarschijnlijk in de tweede eeuw ontstaan in Rome. De artikelen waren bedoeld als belijdenis die de (in die tijd meestal volwassen) dopeling aflegde vóór de doop. De tekst zoals we die nu gebruiken komt al voor in een geschrift uit het begin van de achtste eeuw. Deze belijdenis heet Apostolische Geloofsbelijdenis (of: het Apostolicum), omdat verhalen uit de christelijke traditie beweren dat hij door de twaalf apostelen van Jezus geschreven is (ieder één artikel). In ieder geval proeven we er het geloof van de apostelen in.

Geloofsbelijdenis van Nicea
De Geloofsbelijdenis van Nicea is de klassieke oud-kerkelijke belijdenis. Zij is op naam gesteld van het Concilie (kerkvergadering) dat in 325 in Nicea (in het huidige Turkije) gehouden is. De tekst is vastgesteld op het Concilie van Constantinopel (Istanbul) in 381. Door de uitspraken van het Concilie van Chalcedon (tegenover Istanbul) in 451 heeft deze belijdenis algemene erkenning gevonden. Het is de enige belijdenis die in de kerk over de hele wereld beleden wordt.

Geloofsbelijdenis van Athanasius
De Geloofsbelijdenis van Athanasius is wellicht in de tweede helft van de vijfde eeuw ontstaan in Spanje of Zuid-Frankrijk. Het is een typisch dogmatische belijdenis, die in stevige bewoordingen positie kiest in een aantal destijds verhitte discussies over de godheid van Christus. Zij is op naam gesteld van Athanasius (295-373), een voorman uit de oude kerk die zich sterk heeft ingezet voor het hier beleden geloof.

Nederlandse Geloofsbelijdenis
De Nederlandse Geloofsbelijdenis, opgesteld door onder andere Guido de Brès (1522-1567), is in 1561 in het Frans uitgegeven in wat nu het noorden van Frankrijk is. Ze moest dienen als verantwoording tegenover de Spaanse overheid. Van het begin af heeft ze ook gediend als verwoording van het gemeenschappelijk geloof van de Nederlandse gereformeerden.
Verschillende kerkvergaderingen hebben haar officieel gezag gegeven, onder ander de Synode van Dordrecht (1618-1619).

Heidelbergse Catechismus
De Heidelbergse Catechismus is in 1563 uitgegeven in Heidelberg, door Frederik de Vrome, keurvorst van de Paltz (1559-1576). Het is ontworpen als leerboekje, in de eerste plaats voor de jeugd, om grip te krijgen op het gereformeerde geloof. Als één van de voornaamste auteurs geldt Zacharias Ursinus (1534-1583).
Onder meer via Nederlandse vluchtelingen in Heidelberg werd deze catechismus al snel vertaald en verspreid in Nederland. Men herkende er het eigen geloof in. Het werd officieel als leerboek van de kerk aangenomen, onder andere door de Synode van Dordrecht (1618-1619).

Dordtse Leerregels
De Dordtse Leerregels geven de uitspaken weer van de Synode van Dordrecht (1618-1619) over een aantal onderdelen van de leer van de kerk die in discussie waren gebracht door de zogeheten Remonstranten. Het gaat vooral om de vraag of mensen uit zichzelf kunnen kiezen vóór God of niet (de vrije wil van de mens). Hoe komt het dat mensen zo verschillend reageren op het evangelie? Ligt dat aan de mensen of speelt God zelf daar de beslissende rol in (uitverkiezing)?
De uitspraken volgen de tekst van een stuk van de Remonstranten, maar hebben daarvan de hoofdstukken III en IV samen genomen. Vandaar de vreemde nummering. De uitspraken zijn gedaan met steun van gereformeerden uit Engeland, Duitsland en Zwitserland. Ze vormen dus bepaald geen Nederlands onderonsje over bijzaken en zijn nog altijd actueel, vooral in de discussie met ‘evangelische’ groepen.