Ode aan de synode

Het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid (DKE) heeft Barend Kamphuis en Tiemen Dijkema geïnterviewd over de Nationale Synode en de opening van de herdenking van 400 jaar synode in Dordrecht op 10 november 2018.

November 2018

Het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid (DKE) heeft Barend Kamphuis en Tiemen Dijkema geïnterviewd over de Nationale Synode en de opening van de herdenking van 400 jaar synode in Dordrecht op 10 november 2018.

EEN ODE AAN DE SYNODE

Op zaterdag 10 november 2018 vond de start plaats van de Ode aan de Synode; de viering van het 400-jarig jubileum van de Synode van Dordrecht. Onder andere Koning Willem-Alexander was daarbij aanwezig. Hij stelde een robotarm in werking die de gehele Statenvertaling in zeven maanden zal kalligraferen en opende in het Dordrechts museum de tentoonstelling ‘Werk, bid en bewonder’. Prof. dr. Barend Kamphuis en ds. Tiemen Dijkema waren op 10 november aanwezig in Dordrecht. Ze maken beiden deel uit van de Stuurgroep van de Nationale Synode die betrokken is bij de herdenking van het 400-jarig jubileum. Hoe hebben zij 10 november beleefd, waarom is een herdenking van die synode van belang en wat houdt de huidige Nationale Synode precies in?

Een indrukwekkende samenkomst met een geschiedenisles
Op de vraag hoe hij de start van de Ode aan de Synode heeft beleefd, antwoordt Kamphuis: “Het was een indrukwekkende samenkomst, met bijzondere muziek, mooie toespraken, en als hoogtepunt de Schriftlezing door de koning uit de Statenvertaling van Romeinen 12:9-18: ‘De liefde zij ongeveinsd’, Van de toespraken maakte die van de vroegere minister en staatsraad Donner op mij de meeste indruk. Hij plaatste de Nationale Synode heel helder in de nationale en internationale context van die tijd. Dat Nederland geen burgeroorlog heeft gekend in de 17e eeuw, zoals Duitsland en Engeland, bleek mee te danken aan de Synode.

Dijkema vult aan waarom zo’n samenkomst en herdenking van belang zijn voor jong en oud: “Ik snap dat jonge mensen nu niet zoveel met geschiedenis hebben, maar als je je geschiedenis niet kent, moet je hem overdoen, heeft iemand eens gezegd. Die Nationale Synode heeft heel veel invloed gehad op ons land als geheel. Ook de kerk van nu is sterk beïnvloed door de beslissingen van die synode. Eigenlijk ging het over de vraag: kun je zelf wat van je leven maken, ben je een willoos slachtoffer van het onbestemde lot, of ben je een marionet in de hand van God? Of gelden alle drie de antwoorden? Naast proberen om zelf het wiel uit te vinden, is het leerzaam om ook eens in de geschiedenis terug te bladeren.”

Die geschiedenis van het Nederlands koninkrijk en Gods koninkrijk zijn nauw met elkaar verbonden, realiseerde Kamphuis zich: “Je hoort als Nederlands christen bij het koninkrijk van God en bij het koninkrijk Nederland. Er is een groot verschil tussen beide rijken. Maar ze hangen ook onlosmakelijk samen. Dat heb ik me eigenlijk nooit zo helder gerealiseerd als tijdens dat uur in Dordrecht op 10 november. Gods koninkrijk komt, ook door onze vaderlandse geschiedenis heen, een geschiedenis met mooie en met lelijke kanten. Ook voor het ‘gemiddelde’ GKv-kerklid lijkt mij dat heel belangrijk. Want allemaal bidden we: ‘Laat uw koninkrijk komen’.”

De herdenking is niet alleen een geschiedenisles, maar helpt ons ook de verdeeldheid tegen te gaan, aldus Dijkema: “Veel protestantse kerken in ons land hebben een gemeenschappelijke bron in de vergadering die toen gehouden is. Als we allemaal die synode gedenken komen we hopelijk dichter bij elkaar. Het is erg jammer dat er zoveel verdeeldheid is, zoveel verschillende kerken – dat zou niet zo moeten zijn. Het gaat echt niet lukken om dat allemaal makkelijk even bij elkaar brengen, maar we moeten minstens proberen serieus met elkaar in gesprek te komen. Praten over waar we het over eens zijn en waarover niet. En dan echt met elkaar doorpraten, niet zeggen: ‘o zij zijn anders dan wij, dus einde gesprek’. Nee, dan begint het gesprek pas goed.”

Ontroerende ontwikkelingen in de protestantse kerken
Kamphuis en Dijkema zijn lid van de Stuurgroep van de Nationale Synode, die betrokken is bij de Ode aan de Synode. Kamphuis is er vanaf het begin bij en legt uit hoe de Nationale Synode tot stand kwam: “Er was in 2009 een conferentie van het COGG (Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte) over katholiciteit. Ikzelf had daar ook een korte bijdrage. Daar ontmoette ik Gerrit de Fijter, die mij uitnodigde voor de eerste vergadering van die Stuurgroep. Het was een initiatief van Gerrit, die zich erover verbaasd had dat in het buitenland Nederlandse christenen wel samen naar de kerk kunnen gaan, maar in eigen land niet. We zijn toen begonnen met het opstellen van het ‘Credo’, een kort geloofsgetuigenis. Arjan Plaisier, de toenmalige scriba van de Protestantse Synode, had daarvoor het voorwerk gedaan. Ik heb dat als een wonder van de Geest ervaren: Luthers, Remonstrants, Pinkster, Vrijgemaakt, Hervormd, GerGem: we bleken elkaar te kunnen vinden in de kern van ons geloof. We moesten best grondig doorspreken over allerlei onderdelen (we zijn ook een paar dagen in retraite geweest), maar het onderling begrip groeide, de goede woorden werden ons geschonken. Het evangelie bleek krachtiger te zijn dan een geschiedenis van eeuwen waarin we elkaar waren kwijtgeraakt.

Vanaf het begin heb ik me gerealiseerd dat het niet vanzelf sprak dat anderen daarin zomaar mee konden komen. Toch bleek ons Credo bij velen een snaar te raken. Er kwam heftige kritiek, ook uit eigen GKv-kring, maar ook heel veel instemming. De eerste Nationale Synode vond plaats in 2010, in de grote kerk in Dordrecht. Veel mensen, ook ikzelf, waren tot tranen toe geroerd doordat we elkaar als broeders en zusters mochten herkennen. En de GKv deden mee! Natuurlijk met kritische vragen, die tot vandaag toe gebleven zijn, maar er was altijd een constructieve opstelling van DKE (Deputaatschap Kerkelijke Eenheid) en ook van de Synode. Daarvoor ben ik heel erg dankbaar.

Voor mijzelf heeft de ervaring van 9 jaar Stuurgroep veel verrijking betekend. Ook daarvoor was ik al betrokken bij christenen uit andere kerken. Ik heb bijvoorbeeld een flink aantal jaren deel uitgemaakt van de Raad van Advies voor het Gereformeerd Belijden (RAGB), een adviesorgaan voor de Protestantse Synode. Maar in de Stuurgroep heb ik pas goed ervaren wat de katholiciteit van de kerk betekent: God brengt door Christus mensen bij elkaar, de Geest overbrugt verschillen, alleen samen met alle heiligen kunnen we de liefde van Christus leren kennen. En ja, dat betekent ook dat je over diepe kloven heen, zoals die tussen rechtzinnigen en vrijzinnigen, bereid bent naar elkaar te luisteren. Voor mijn eigen besef ben ik er alleen maar orthodoxer door geworden, maar ik ben wel behoed voor sectarisme, voor zwelgen in eigen gelijk.”

Dijkema maakt sinds een jaar deel uit van de Stuurgroep. “Ik ben er bij betrokken geraakt toen ik voorzitter werd van ons Deputaatschap Kerkelijke Eenheid, nu ruim een jaar geleden. Het hoort eigenlijk bij je rol als voorzitter dat je aan zo’n Stuurgroep deelneemt. De leden hebben allemaal een min of meer belangrijke, in elk geval een vertegenwoordigende, functie binnen hun eigen kerk.” Dijkema begon observerend bij de Stuurgroep: “Zoals het altijd gaat als je ergens nieuw binnenkomt: eerst de kat uit de boom kijken, eerst maar eens luisteren en kijken hoe de hazen lopen. Maar al gauw heb ik actief mijn partijtje meegeblazen.

Ik heb het als heel mooi ervaren in de Stuurgroep dat je mensen leert kennen die je voorheen alleen als naam, als functionaris kende. Nu maakte ik kennis met hen als persoon, als gelovige, als christen. Je ontmoet een baptist, een PKN-er (of PKN-ster), een remonstrant, een christelijk gereformeerde (nou ja, die kende ik al heel lang). Je hoort de ander bijvoorbeeld een Bijbelgedeelte lezen bij de opening van een vergadering, en daar dan wat van zeggen en een gebed uitspreken. Dat is zo ontroerend: hoe een ander de Bijbel leest! En bidt! Dan zie je even de verschillen niet – die er echt wel zijn – maar dan kijk je in elkaars hart.

Het idee van een Nationale Synode vind ik heel mooi, maar ook best hoog gegrepen. Als dit project mislukt of na een aantal jaren een stille dood sterft, is er een kans verkeken. Ik verwacht niet een opzienbarende golf van herenigingen tussen kerken in de komende jaren, maar ik hoop zo op momenten van herkenning, van ontroering als je met elkaar praat en bidt, ik hoop op het verdwijnen van karikaturen. Ik hoop op eerlijke gesprekken. Want natuurlijk zijn er verschillen en ook zeker verschillen over heel belangrijke onderwerpen die er echt toe doen. Maar als je dat wel constateert maar er nooit met elkaar over gepraat hebt, ben je niet eerlijk bezig.”

Geen isolement meer, maar Jezus’ houding overnemen
Het gesprek aangaan en samen kijken naar wat er mogelijk is, is voor Dijkema cruciaal in de Nationale Synode: “Ik vind dat onze kerken hierin iets goed te maken hebben. We zijn best wel een serieuze kerk met een stevige gereformeerde grondslag, we gaan echt niet zomaar met iedereen aanpappen en doen alsof er niks aan de hand is. Maar het andere uiterste hebben we in het verleden jarenlang in praktijk gebracht: de ander negeren, niet zien staan, altijd kritiek hebben op de ander. We waren altijd zo overtuigd van ons eigen gelijk. Met onze krachtige houding als vrijgemaakt-gereformeerden hebben wij echt wel iets in te brengen in het gesprek tussen kerken. We moeten ons niet meer terugtrekken in ons oude isolement, waarvan we lang geleden ten onrechte dachten: in het isolement ligt onze kracht. We mogen vrijmoedig, bescheiden, liefdevol, onszelf presenteren in de kerkelijke wereld en zo de houding van Jezus zelf vertonen: eerlijk, de ander recht doen, vriendelijk, de ander om te beginnen beter achten dan jezelf, zoals Paulus ergens schrijft. Kortom, een andere houding als gereformeerd-vrijgemaakt kerkverband. En dan niet alleen als deputaten Kerkelijke Eenheid, die het gesprek met andere kerken als opdracht hebben, maar ook ieder ‘gewoon’ kerklid, elke plaatselijke kerkenraad: zie de ander staan, vertrouw hem of haar als hij/zij zegt de Heer Jezus lief te hebben.”

Kamphuis: “Graag sluit ik daarbij aan. We hadden als vrijgemaakten een mooie, stevig visie op de kerk en op de waarde van kerkelijke eenheid. Daar ben ik ook door gevormd en het heeft mijn inzet voor eenheid mee bepaald. Maar we dreigden wel de katholiciteit van de kerk te vergeten. Het evangelie haalt muren neer, die wij hadden opgetrokken. Het is geweldig om samen mee te mogen maken dat dat besef doordringt in onze kerken. We hopen op 29 mei 2019 de herdenking van de Synode van Dordrecht te kunnen afsluiten met een Verklaring van Verbondenheid tussen protestantse kerken en christenen, waarin we uitspreken dat we bij elkaar horen, elkaar willen steunen en van elkaar willen leren. Dat zou een prachtige afsluiting zijn van tien jaar Stuurgroep Nationale Synode. Maar het is vooral een veelbelovend begin voor een nieuwe houding van kerken tegenover elkaar. In een Nederland dat God dreigt te vergeten krijgen we een nieuwe kans om samen te staan voor het evangelie van Christus.