Bibliotheek Verkondiging

Openstellen kansel geeft mooie samenwerkingen tussen GKv/NGK en PKN

Op 31 oktober 2020 namen de Generale Synode van de GKv en de Landelijke Vergadering van de NGK gezamenlijk het besluit dat een kerkenraad predikanten uit de PKN mag uitnodigen om voor te gaan in de eredienst. Andersom mogen GKv- en NGK-predikanten ook op verzoek voorgaan in een gemeente die behoort tot de PKN. (De Landelijke Vergadering van Nunspeet besloot in het voorjaar van 2017 al om over te gaan tot het uitnodigen van predikanten uit andere kerk(verband)en.) Hoe krijgt dit besluit een jaar na dato vorm in de praktijk?

De Commissie Contact en Eenheid (CCE) (begin 2021 ontstaan uit het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid van de GKv en de Commissie Contact en Samenspreking van de NGK) was daar benieuwd naar en vroeg predikanten naar hun ervaringen. Ze deelt in dit artikel graag haar bevindingen na die peiling in den lande. Aan het woord komen ds. Maarten Boersema, ds. Pieter Kars van de Kamp en ds. Henk Zuidhof; predikanten van respectievelijk de GKv Leiden, de GKv Grijpskerk-Niezijl en de NGK Urk.

Een brief, een trein en een tentdienst
Voor predikant Henk Zuidhof ontstond het contact met de PKN over kanselruil in 2019. Samen met zijn kerkenraad schreef hij een van de PKN-gemeentes op Urk (de Gereformeerde Kerk van Urk (GKU)) een brief. “We legden uit dat voor ons de mogelijkheid tot kanselruil met hen bestond en vroegen hun of ze daarvoor openstonden. Hun reactie was erg positief; ze vonden het mooi dat dat kon. Dat kwam ook voort uit een stuk herkenning, want de GKU staat dicht bij ons. Dat merken we bijvoorbeeld als er een stel trouwt waarvan de een lid is bij ons en de ander bij de GKU. Eerder werd dan al eens gezegd: ‘Je kunt zo bij ons voorgaan, en omgekeerd!’”

Voor predikant Maarten Boersema was een uitnodigende brief al niet meer nodig. “Zo’n drie jaar geleden werd ik predikant in de GKv van Leiden. Op dat moment was er al een samenwerking tussen de Marekerk, dat is de hervormde PKN-gemeente, en de Christelijk Gereformeerde Kerk in Leiden. Die samenwerking hield onder andere in dat de bid- en dankdagen samen gevierd werden. Een van de drie predikanten leidt dan de middagdienst voor de kinderen, één preekt ’s avonds en de ander is de liturg die avond. Bij die rijdende trein heb ik me als nieuwe predikant toen meteen aangesloten. Inmiddels is er twee keer in het jaar een driehoeksruil, waardoor we ook op zondag in elkaars diensten voorgaan. We herkennen veel in elkaar en vinden het belangrijk om als kerken in de stad samen te werken.”

Dat samenwerken met kerken in de stad herkent ook predikant Pieter Kars van de Kamp, al werkt hij niet samen in een stad, maar in een dorp. “Ik ben vijf jaar geleden predikant geworden in Grijpskerk. Toen ik werd beroepen stond er in het beroepingsprofiel al dat onze gemeente meer kerk naar buiten wilde zijn en dus graag samenwerking zocht met de PKN. Vanaf het begin had ik dan ook goede contacten met mijn collega’s in het dorp, die al weleens samen optrokken in tentdiensten. Dat zijn gezamenlijke diensten die gehouden worden in de tent die er die week toch al staat, vanwege het dorpsfeest. We spraken vijf jaar geleden af met de PKN (een samenvoeging van de Hervormde en de Gereformeerde Kerk) om die tentdiensten samen te organiseren. Dat besloten we ook te doen met andere diensten, zoals de kerstnachtdiensten. Inmiddels ga ik op zondag ook in reguliere diensten
van de PKN voor. Ons beleid als GKv daarin is dat we zo veel mogelijk samenwerken met de PKN, zonder dat samengaan het doel is.”

Warm welkom op een andere kansel
Voor alle drie de dominees waren hun eerste ‘kanselcontacten’ met de PKN in hun stad of dorp dus positief. Het voorgaan in elkaars diensten (al dan niet met een bijzonder karakter) bevalt dan ook goed, zo vertellen de predikanten. Zuidhof: “Op 14 april 2019 ben ik voor het eerst voorgegaan in de PKN (GKU), in een van hun kerkgebouwen. Op dezelfde dag stond hun predikant op onze kansel. Dat werd heel goed ontvangen. Het voelde ook wel bijzonder voor mij om in hun kerkgebouw te staan. Al was het alleen al omdat het gebouw van de PKN immens groot is en je dus hoog boven een heel grote groep mensen staat. Mooi om daar te kunnen staan, met een gevulde kerk tegenover je.” Boersema: “De eerste keer dat ik voorging in de PKN was op een bid- of dankdag. Het voelde natuurlijk en was heel vanzelfsprekend om te doen. Over die bid- en dankdagen hoor ik vanuit de gemeente ook weleens dat men dat als de mooiste diensten van het jaar ervaart: met verschillende gemeenteleden uit verschillende kerken kom je samen en voel je een diepe verbondenheid.” Van de Kamp: “De eerste keer dat we als PKN en GKv samen een dienst organiseerden, ging ik voor in het kerkgebouw van de PKN. De mensen waren vriendelijk en vinden het mooi dat ik daar voorga. Zelf vind ik dat ook. Daar in de kerk zitten je dorpsgenoten, die je ook tegenkomt op andere plekken in het dorp. Het is mooi om op hun kansel te kunnen staan en te mogen doen wat ik in mijn eigen gemeente ook doe.”

Vooral verschil in vorm
Als de predikanten gevraagd wordt naar verschillen tussen hun gemeente en de PKN-gemeente in hun dorp of stad, noemen ze vooral vormverschillen. Van de Kamp: “Onze PKN heeft hooguit net wat andere gebruiken tussendoor (‘De bloemen gaan deze week naar…’), maar die zijn ons ook niet vreemd. Ook binnen GKv’s zie je daar kleine verschillen in, maar de inhoud en hoofdlijn van de dienst is heel herkenbaar en gelijkend. We zingen uit hetzelfde liedboek voor de kerken, maar ik kan daar ook Sela- of Opwekkingsliederen opgeven.” Zuidhof: “De verschillen zitten voornamelijk in de omvang van onze kerken; wij zijn Klein Duimpje met onze ongeveer 500 leden tegenover zo’n 5000 van de PKN. Met zo’n samenwerking moet je natuurlijk wel zorgen dat je niet opgeslokt wordt, maar daar is de PKN nog alerter op dan wij. Die willen ons niet het gevoel geven dat we overruled worden, dus het is fijn dat ze dat zo aanvoelen.” Boersema: “Het kerkgebouw van de PKN is anders dan dat van de GKv; heel mooi en klassiek en ik sta daar op een hoge kansel in een ronde kerk. Dat alles maakt het qua vorm dus een andere kerk dan de onze, maar inhoudelijk voelen we ons nauw met elkaar verbonden.”

Dankbaar voor samenwerkingen de toekomst in
De verschillende samenwerkingen en kanselruilen in zowel Leiden, Grijpskerk als op Urk zullen de komende jaren zeker worden voortgezet, als het aan de predikanten ligt. Op sommige plekken wordt de samenwerking zelfs nog verder uitgebreid. Zuidhof: “Begin oktober ben ik voor het eerst voorgegaan in een reguliere dienst van een andere PKN hier op Urk, namelijk in de Hervormde Kerk. Met hen organiseerden we al eens aangepaste diensten voor verstandelijk gehandicapten, maar nu mocht ik dus ook in een reguliere dienst voorgaan. Dat is een mooie ontwikkeling. Ondertussen gaan de plaatselijke GKU-predikanten, waaronder twee emeriti, met een zekere regelmaat bij ons voor.” Zuidhof realiseert zich dankbaar welke ontwikkelingen de NGK en PKN’s op Urk hebben doorgemaakt. “We hebben dit als NGK al heel lang gewild en ik zei dan ook vaak in collegiale overleggen dat ik graag in hun diensten zou voorgaan; dat verlangen bleek wederzijds. Toen er landelijk positief over werd besloten, was het hier dan ook snel voor elkaar.”

Van de Kamp: “Ik vind het mooi hoe we de diensten nu samen organiseren en ben blij met de ruimte die ik daarbinnen heb gekregen om bijzondere diensten samen vorm te geven.
Daarnaast ga ik ook regelmatig voor in reguliere diensten van de PKN. Ik merk en hoor daarover (ook als het gaat om de Alphacursus en op diaconaal vlak) dat de gezamenlijke diensten een positieve uitstraling hebben buiten de kerkmuren. Ook dorpsgenoten die geen lid zijn van een kerk vinden het mooi om te zien dat we samenwerken. Op dit moment zijn er nog geen PKN-collega’s die op een reguliere zondag bij óns op de kansel hebben gestaan. Het lijkt me mooi als we daar in de toekomst met elkaar eens over nadenken; zeker nu die mogelijkheid er ook landelijk ligt, sinds 31 oktober vorig jaar.”

Boersema: “We staan hier in Leiden niet alleen op elkaars kansel, maar werken ook samen in de vespers die we eens in de week op woensdag organiseren. Dat doen we samen met de NGK van Oegstgeest. Daarnaast zoeken we naar meer wegen om samen te werken. Zo organiseren we samen de Alphacursus en laten we een gezamenlijk geluid horen richting de studentenverenigingen. We weten elkaar dus goed te vinden en werken, daar waar we kunnen, samen. Het mooie is dat we daarin onze eigen kleur en dus onze eigenheid kunnen bewaren.”