Menu

D51 karakter en reikwijdte van de tucht
D51.1 Aan de verkondiging van het Woord van God en de bediening van de sacramenten is de kerkelijke tucht verbonden.
D51.2 De tucht wordt toegepast wanneer er sprake is van ernstige zonde in leer of leven, die de eer van God tekort doet, het behoud van de zondaar bedreigt en de heiligheid van de gemeente aantast.
D51.3 Zij is gericht op de verzoening met God en de gemeente.
D51.4 De tuchtoefening draagt als kerkelijke discipline een geestelijk karakter.

D52 onderling vermaan
D52.1 De leden van de gemeente zijn van Godswege verplicht elkaar te steunen in de strijd tegen de zonde. Zij vermanen elkaar liefdevol naar de regel die Christus in Matteüs 18 heeft gegeven.
D52.2 Wanneer het onderling vermaan tot bekering en verzoening leidt, wordt geen mededeling aan de kerkenraad gedaan.
D52.3 Leidt het vermaan niet tot bekering, dan wordt de kerkenraad ingelicht.

D53 middelen van kerkelijke tucht
D53.1 De kerkenraad gebruikt als middelen van kerkelijke tucht:
1. het ambtelijk vermaan;
2. de ontzegging van de toegang tot het avondmaal;
3. de inschakeling van voorbede en vermaan door de gemeente.
D53.2 Als laatste middel kan de kerkenraad overgaan tot buitensluiting uit de gemeente.

D54 wijze van optreden
D54.1 Voor maatregelen van tucht zijn zorgvuldig onderzoek en oordeelsvorming vereist. De betrokkene heeft daarbij de gelegenheid zich te verantwoorden.
D54.2 De kerkenraad is verantwoordelijk voor zorgvuldige communicatie in het proces van tuchtoefening.

D55 vermaan over belijdende leden
D55.1 De kerkenraad gaat over tot ambtelijk vermaan wanneer er sprake is van een ernstige zonde waarvan iemand zich niet bekeert.
D55.2 In het vermaan confronteren de ambtsdragers de zondaar met het Woord van God en trachten zij hem in regelmatig bezoek en gesprek liefdevol tot berouw en bekering te brengen.
D55.3 Wanneer de zondaar zijn schuld belijdt, echte tekenen van berouw toont en zich metterdaad bekeert, aanvaardt de kerkenraad daarin zijn verzoening met God en de gemeente. De kerkenraad oordeelt over de mededeling daarvan aan de gemeente.

D56 afwijkende opvattingen
D56 Wanneer er bij iemand sprake is van opvattingen die afwijken van de gezonde bijbelse leer, kan de kerkenraad besluiten hem in zijn overtuiging te verdragen onder de volgende voorwaarden:
a. hij is bereid om zich te verantwoorden tegenover de Heilige Schrift en zich daaruit te laten onderwijzen;
b. hij voert geen propaganda voor zijn opvattingen;
c. hij houdt zich aan eventuele aanwijzingen van de kerkenraad.

D57 ontzegging en afhouding van het avondmaal
D57.1 Wanneer iemand het vermaan van de ambtsdragers verwerpt of zich schuldig maakt aan een ernstige zonde die de gemeente dreigt te besmetten, ontzegt de kerkenraad hem de toegang tot het heilig avondmaal zolang er geen bekering volgt.
D57.2 Wanneer iemand de toegang tot het avondmaal is ontzegd, heeft hij niet het recht om een kind te laten dopen en huwelijksbevestiging te ontvangen. Ook mag hij zijn stemrecht niet uitoefenen.
D57.3 In een ernstige situatie waarover een goed oordeel nog niet mogelijk is, kan de kerkenraad iemand van de avondmaalsviering afhouden ter wille van de heiligheid van de gemeente.

D58 vermaan over volwassen doopleden
D58.1 Wanneer iemand als kind is gedoopt, maar als volwassene niet komt tot openbare belijdenis van geloof, blijven de gemeenteleden en de ambtsdragers hem daartoe stimuleren en vermanen.
D58.2 Wanneer een volwassen dooplid zich in woord en daad afkerig toont van de dienst van God, roepen de ambtsdragers hem op tot bekering.
D58.3 Wanneer hij echte tekenen van berouw toont en zich metterdaad bekeert, aanvaardt de kerkenraad daarin zijn verzoening met God en de gemeente. De kerkenraad begeleidt hem op de weg naar openbare geloofsbelijdenis.

D59 voorbede en vermaan door de gemeente
D59.1 Wanneer een belijdend lid of volwassen dooplid ondanks het vermaan in zijn ernstige zonde blijft volharden, gaat de kerkenraad over tot publieke tuchtoefening door bekendmaking aan de gemeente. Het besluit van de kerkenraad behoeft de goedkeuring van de classis. De classis geeft hierbij toepassing aan art. D54.1.
D59.2 Bij de mededeling aan de gemeente worden de zondaar en zijn verharding bekend gemaakt, met de oproep om voor hem te bidden en hem aan te sporen tot bekering. De kerkenraad kan deze oproep herhalen.
D59.3 Wanneer de zondaar zijn schuld belijdt, echte tekenen van berouw toont en zich metterdaad bekeert, aanvaardt de kerkenraad daarin zijn verzoening met God en de gemeente. De kerkenraad doet daarvan mededeling aan de gemeente.

D60 buitensluiting
D60.1 Wanneer een zondaar geen berouw toont en zich niet bekeert, gaat de kerkenraad over tot buitensluiting uit de gemeente.
D60.2 Het besluit van de kerkenraad behoeft de goedkeuring van de classis en de instemming van de gemeente.
D60.3 Voor de buitensluiting wordt gebruik gemaakt van het vastgestelde formulier.

D61 terugkeer
D61.1 Wanneer iemand die als belijdend lid is buitengesloten, met berouw tot God en tot de gemeente terugkeert, wordt hij in de weg van openbare schuldbelijdenis weer in de gemeenschap van de kerk opgenomen. Hiervoor is de instemming van de gemeente vereist.
D61.2 Wanneer iemand die als volwassen dooplid is buitengesloten, met berouw tot God en tot de gemeente terugkeert, wordt hij in de weg van openbare geloofsbelijdenis weer in de gemeenschap van de kerk opgenomen. Hiervoor is de instemming van de gemeente vereist.
D61.3 Bij schuldbelijdenis en geloofsbelijdenis wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde formulieren.