Menu

2. Stappen voor een kerkenraadsbezinning

Voordat de gemeente wordt meegenomen in de vraagstelling rond de vrouw in het ambt, zal de kerkenraad zich eerst zelf moeten bezinnen. De volgende stappen worden aangeraden:

  1. Gebed
  2. Goede beoordeling van de situatie die in de gemeente is ontstaan na het GS-besluit.
  3. Eigen bezinning over de vraagstelling M/V en Ambt binnen de
  4. Nadenken over de rol die de kerkenraad wil nemen in het proces voor de
  5. Welke vragen willen we de gemeente voorleggen en welk doel stellen we voor het proces in de gemeente?
  6. Het plan, niet zozeer over invoering van het besluit, maar meer over het meenemen van de gemeente in de
  7. Bezinning over de overige GS-besluiten rondom M/V en
  8. Relatie met de andere GKv-kerken.
  9. Communicatie richting de gemeente

2.1   Gebed
Bidden is de manier om Gods genade en Geest in je te laten werken en afhankelijk van Gods leiding op weg te gaan. De kern van het werk is dat je, hoe je ook denkt over M/V en ambt, ervoor kiest om in jouw gemeente een vredestichter te zijn. Want: ‘Het echte geluk is voor mensen die vrede sluiten. Want zij zullen kinderen van God genoemd worden’ (Matteüs 5:9). Dat vraagt allereerst dat je zelf de vrede van Christus zoekt, innerlijke vrede najaagt door gebed, meditatie en stilte.

Geef het gebed een goede plek: als je klaar zit rond de tafel om het gesprek te beginnen, als het gesprek stokt, als je conclusies gaat trekken. En doe dat (in welke vorm dan ook) samen.

Laat alle gesprekken die gevoerd gaan worden in lokale kerken beginnen met vijf minuten stil zijn. Samen stil zijn. Om Gods genadige aanwezigheid te proeven die zoveel dieper en verder gaat dan de lieve vrede die wij misschien kunnen bereiken door op een slimme manier discussies in te richten.

2.2   Beoordelen situatie
De situatie in uw gemeente kan totaal anders liggen dan die in een andere gemeente. Er zijn kerken die er al voor de GS toe zijn overgegaan ambten voor zusters open te stellen, sommige kerken zijn tegen, in andere gemeenten leeft het onderwerp helemaal niet.

Dat laatste kan overigens voortkomen uit het feit dat vrouwelijke gemeenteleden zich gezien weten in hun gaven, volop betrokken zijn bij het leven in de gemeente en daarom helemaal niet haken naar vrouwelijke ambtsdragers.

Maar ook is bekend dat vrouwen soms onderwijzende of pastorale taken uitvoeren zonder de geestelijke inbedding en de veiligheid van een officieel ambt. Dit is nieuw: vroeger werden deze taken toch bijna altijd door mannen vanuit het ambt uitgevoerd. De gedachte leeft bij velen dat het goed is aan deze diensten van vrouwen ook een officiële ambtelijke plek te geven. Wie gaven en roeping voor een bijzondere verantwoordelijkheid heeft, dient daartoe ook publiekelijk de volmacht te ontvangen in verkiezing, bevestiging en zegen.

Je zou dit de ‘feitelijke’ situatie kunnen noemen.

Daarnaast spelen standpunten en gevoelens van jou persoonlijk een rol, en dus die van alle gemeenteleden:

  • Wat is je visie op man/vrouw zijn vanuit de bijbel en vanuit de structuur van het mens zijn zoals God die heeft bedoeld (art. 2 NGB)?
  • Hoe willen we kerk zijn in onze tijd en cultuur? De cultuur verandert ons hoe dan Wat vinden we hierin acceptabel, positief? Waarin willen we ons als christenen onderscheiden?
  • Wat roept het thema op aan emotie, hoe raakt het je in het persoonlijk geloof en zoals je dat (in de kerk) vormgeeft?

Afhankelijk van de situatie zijn er specifieke vragen en zul je als kerkenraad moeten kiezen voor bepaalde middelen om je als gemeente te bezinnen op de situatie.

We gaan uit van de gemeente en kerkenraad als eenheid. Het kan voorkomen dat de kerkenraad een visie heeft die verschilt van die van de gemeente. Als je een gezamenlijk vertrekpunt wilt vinden kan dat betekenen dat je hebt te accepte- ren dat er verschillende meningen zijn. Het uitgangspunt dat wij aanbevelen is dat de kerken- raad zich dan herderlijk heeft te verbinden met de gemeente en in het leiding geven zorg te dragen voor geloof en leven van de gemeente. Dan ligt ook daarin een gezamenlijk vertrekpunt.

Waar het om gaat is dat je als kerkenraad niet ‘zo maar’ kiest voor een bepaalde route, of voor datgene wat de ambtsdragers het beste lijkt. Nee, probeer samen een beeld te krijgen van de situatie in de gemeente, en wat dan het beste past bij de behoefte van de gemeente. In Bijlage A. is een schema opgenomen dat je kan helpen om aanknopingspunten te vinden hoe je de situatie in de gemeente moet inschatten en welke vragen dan mogelijk belangrijk zijn voor de gemeente.

2.3   Interne bezinning kerkenraad
Welke visie heeft de kerkenraad op het gebeuren? Om leiding te geven aan het proces in de gemeente is het goed wanneer de kerkenraad zelf ook ‘er doorheen’ is gegaan, niet alleen op basis van argumenten maar ook na met elkaar gedeeld te hebben hoe je er persoonlijk instaat en hoe je in Christus met elkaar wilt optrekken. Je kunt dus een studieavond beleggen, maar verwacht niet dat je uit deze (veelomvattende) discussie komt. Het is een begrijpelijke en zinnige wens er ook inhoudelijk doorheen te gaan. Maar met alleen zaken op een rijtje zetten bereik je niet veel: het eigenlijke proces is dat we met elkaar in gesprek moeten gaan.

Je kunt bezinnen op vier niveaus: inhoudelijk, persoonlijk, ‘op zielsniveau’ en op de laag van gemeente zijn.

Met inhoudelijke bezinning wordt bedoeld: voer als kerkenraad (en later als gemeente, wijk, kring) je gesprek bij een open Bijbel. Samen luisteren naar en praten over Gods woorden (de stem van de Herder) is de meest basale vorm om de weg te zoeken. Daarin ook naar elkaar luisteren bindt samen wanneer je ervaart dat jij en de ander een plek hebben in

dat gesprek, waarin Gods Woord de leidraad is. Discussie op basis van Bijbel en andere bronnen kan hierin een plek hebben. Ga verder dan het uitwisselen van standpunten, en leer elkaars standpunt te begrijpen.

Met persoonlijke bezinning wordt bedoeld: het gaat hier om meer dan een correcte optelsom van de bijbelse gegevens. Naast de inhoudelijke kant is er ook een persoonlijke, emotionele betekenis van de besluiten. Het raakt aan de weg die je erin bent gegaan, wat het betekent voor jouzelf en je geloof, de geschiedenis die we met elkaar hebben. Er komen allerlei dingen bij naar boven. Het is belangrijk deze laag in het gesprek mee te nemen.

Je kunt op nog een ander laag in gesprek gaan: op zielsniveau; van hart tot hart. Het doel is dan om elkaar te beluisteren en te merken wat er bij jezelf gebeurt: niet op elkaar reageren, uitstellen van oordelen en oplossingen, en ontvankelijk luisteren. Ken je de ander echt in zijn overtuigingen en gevoelens, van hart tot hart, en heb je hem lief? Laat dat dan ook merken!

Een vierde aspect in de bezinning cirkelt om de vraag: Hoe kun je gemeente zijn, terwijl meningen over bepaalde thema’s uiteenlopen? Laat de meningsverschillen een keer voor wat ze zijn. Spreek uit dat je elkaar volledig accepteert. En ga over naar de vraag waar je allemaal een even groot en zelfde belang bij hebt: Hoe ben je in deze situatie gemeente van Christus?

Je kunt deze lagen doorlopen door als kerkenraad een gesprek met elkaar te voeren op de volgende manier:

  1. Vertel elkaar welke ontwikkeling je hebt doorgemaakt in je standpunt ten aanzien van ‘man, vrouw en ambt’. Reageer niet op elkaar, maar luister, stel je ontvankelijk op en vraag door om de ander goed te kunnen begrijpen. Stel je oordeel uit en kom niet direct met oplossingen.
  1. Ga de inhoudelijke (bijbelse) discussie met elkaar aan. Wissel argumenten uit. Zet het met elkaar op een rij. Je zou de volgende discussiepunten kunnen gebruiken:
  • De lijnen die in de bijbel te zien zijn over de relatie tussen man/vrouw. Bespreek de lijn die een verschil tussen man en vrouw laat zien en vergelijk deze met de lijn waarin gelijkheid (in Christus) de boventoon voert. Wat zou het verschil kunnen zijn tussen het OT, het NT, onze tijd en de tijd die we tegemoet gaan?
  • De invulling in de bijbel van ‘belangrijke functies’. Veel functies werden vrijwel uitsluitend door mannen ingevuld. Toch zet God af en toe vrouwen in.
  • De zogenaamde zwijgteksten 1 14 en 1Tim. 2. Kijk in welke (bredere) context ze staan (zie bijv. 1 Kor. 11:5). Vergelijk ze met andere ‘voorschriften’, die we soms al niet meer letterlijk volgen (bijv. bidden met (on)bedekt hoofd). Bespreek in welke situaties we de zwijgteksten al dan niet als voorschrift willen hanteren (bijv. eredienst wel, catechese niet). Zoek naar geaccepteerde exegeses van deze teksten en ontdek hoe die soms onvergelijkbaar zijn.
  • In hoeverre de bijbel rechtstreekse voorschriften geeft voor de ambten. Realiseer je met elkaar dat de ambten zoals wij die kennen zijn ingesteld na de reformatie (in ca. 1500), en vervolgens in de loop van de eeuwen door ons op een bepaalde manier zijn ingevuld. Kijk naar het onderscheid dat we hebben aangebracht tussen ‘bijzonder ambt’ en het ‘ambt van alle gelovigen’ en welke taken we, al dan niet terecht, onder het één of het ander hebben laten vallen.3. Wissel met elkaar uit: Snap je iets van de ‘wederzijdse standpunten’? Hoe ‘waardeer’ je die? Wat vind je van het standpunt van de ander? Begrijp je hoe die ander daarop uitkomt?
    4. Stel elkaar dan de vraag: Denk je dat die standpunten op korte termijn naar elkaar toe zullen komen? Of zelfs op lange termijn?
    5. Wat doen we daarmee? Wat betekent het wanneer we verschillend denken? Dat we misschien verschil in meningen moeten accepteren? Hoe gaan we daarmee verder?
    6. Denk eens in scenario’s: Uitgaande van de situatie waarin verschillende meningen naast elkaar bestaan – wat zal het effect zijn in de gemeente:
  • als we niets doen, of bijvoorbeeld pas over drie jaar een beslissing nemen
  • als we de ambten openstellen voor vrouwen
  • als we besluiten de ambten niet open te stellen voor vrouwen
  • als we alleen enkele ambten openstellen voor vrouwen
  • als we …

Is dat (effect) inderdaad wat we samen ook willen?

In Bijlage D Werkvorm 1 is deze gesprekslijn nog iets verder uitgewerkt.

 

2.4   Rol kerkenraad

Kies een rol voor de kerkenraad die past bij de manier waarop de gemeente het beste geleid kan worden. Enkele voorbeelden:

·       Herderlijk richting geven

De gemeente een doel voor ogen brengen vanuit bijbelse / geloofs- overtuiging. Als de kerkenraad een overtuiging heeft kan het de gemeente helpen alle stappen in het proces in een perspectief te zien.

·       Pastoraal begeleider

Naast het proces in de gemeente neemt de kerkenraad zo nodig pastorale zorg op zich voor mensen die worstelen met de thematiek.
·       Gespreksleider
Wanneer in de gemeente vooral behoefte is om eerst maar eens rustig te bezinnen op het thema.
·       Uitdagende rol
Wanneer in de kerkenraad een overtuiging leeft en de gemeente nog in verwarring is over conflicterende waarden/overtuigingen, kan de kerkenraad de gemeente uitdagen dit conflict echt met elkaar aan te gaan. Wanneer gemeenteleden in hun emotie klaar staan met oordelen en direct consequenties trekken kan de kerkenraad de gemeente uitdagen het persoonlijke gesprek met elkaar aan te gaan.

Kies voor de manier van leidinggeven, een positie die past bij de gemeente en die ergens zit tussen directief en stimulerend. Te directief kan eventuele tegenstellingen in de gemeente vergroten. Te veel aan de gemeente zelf overlaten kan verwarring geven en gevoel van gebrek aan leiderschap.

·       Meenemend sturen
Als je als kerkenraad een uitgesproken keuze wilt maken, neem de gemeente dan daarin mee. Neem bijvoorbeeld geen besluit vooraf, maar vraag de gemeente wat zij vindt van je voornemen. Beargumenteer je keuze en leg uit waarom een keuze van de kerkenraad de best passende manier voor de gemeente is om de vraagstelling aan te lopen.

·       Sturend stimuleren
Als je ervoor kiest om het gesprek vooral ‘op laag niveau’ (kringen, wijken, bijbelstudiegroepen) plaats te laten vinden, stuur dat dan. Geef vragen mee, stel einddata, vraag om de uitkomsten, maak de uitkomsten gemeenschappelijk voor de hele gemeente en geef aan welke conclusies je daaruit trekt.

·       De gemeente aan het werk zetten
Ergens in het midden positie nemend zou je er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om een groep (geselecteerde of belangstellende) gemeenteleden over de vraag te laten nadenken, zowel inhoudelijk, als voor wat betreft de manier waarop de gemeente in het proces kan worden meegenomen. Begeleid dit als kerkenraad en wees er niet bang voor om het proces dat je als kerkenraad hebt doorlopen, nog eens met deze groep te doorlopen. Geef de mensen uit die groep een leidende rol in het gemeenteproces, maar stel bijvoorbeeld wel als kerkenraad vast welke conclusies getrokken worden.

2.5   Vaststellen vraagstelling en doel gemeenteproces

Welk doel kiest de kerkenraad vanuit de eigen bezinning / visie in verbinding met de situatie? Wat is de belangrijkste vraag die er leeft? Welk effect wil de kerkenraad bereiken? Enkele voorbeelden van situaties en mogelijke richtingen:

 

  • Er is een behoefte om alles eerst maar eens te laten Aan de éne kant geeft het rust om de tijd te nemen. Aan de andere kant kan de kerkenraad zich de vraag stellen: Nu we ermee geconfronteerd worden in het kerkverband, hoe gaan wij er dan mee om? Is het wijs die bezinning uit te stellen?
  • Nu er ruimte is voor de vrouw in de ambten, wat al heel lang leeft, hoe geven wij dit op verantwoorde manier vorm in onze gemeente, en hoe gaan we om met de verschillen in het kerkverband waar we deel van uit maken?
  • Een deel van de gemeente ervaart principiële Hoe dragen we hier zorg voor, welke richting we ook kiezen?
  • Misschien is er bij sommigen zelfs een reflex om direct af te haken na deze besluiten. Het is belangrijk deze reactie te erkennen, op zijn minst als reële pijn bij het kwijtraken van vertrouwde vormen waarin men zich toewijdde aan De kerkenraad maakt duidelijk dat er in de gemeente ruimte mag zijn voor deze gevoelens. Het gesprek op zielsniveau is dan erg belangrijk. De kerkenraad bezint zich ook op een weg naar de toekomst. Hoe maken we hier contact over met elkaar? Kunnen we afscheid nemen van een vertrouwde setting (of niet)? Kunnen visies naast elkaar bestaan? Hoe pakken we samen de draad weer op in een nieuwe situatie?
  • In de gemeente leeft het onderwerp totaal niet. De vraag naar de vrouw in het ambt is nog nooit Men ervaart een roeping op hele andere terreinen. De kerkenraad kiest ervoor voorlopig de energie daarop te richten.
  • Zusters en broeders functioneren op allerlei manieren met hun gaven in de Dit maakt dat de vraag naar de vrouw in het ambt niet wordt gesteld. De kerkenraad kan zich door de GS-besluiten laten prikkelen om na te gaan of bepaalde taken die nu door vrouwen worden uitgevoerd (pastoraal, catechetisch, leidinggevend) toch geen ambtelijke inbedding verdienen om dit geestelijk te dragen in de gemeente, om ook veilige kaders te geven rond de taken, kaders die rond het ambtswerk wel zijn vastgelegd maar die voor ‘vrijwillig’ werk in de gemeente zo niet zijn afgesproken. Of: kies met de gemeente voor andere vormen van ‘inzegening’.

 

2.6 Plan
Welke weg zetten we uit voor de gemeente om aan dit doel te werken? Welke stappen willen we daarin? Welke termijn hebben we voor ogen om bepaalde (sub)doelen te halen? Hoe stimuleren we het gesprek in de gemeente in klein verband, hoe halen we de resultaten daarvan op en hoe delen we dat als gemeente weer gezamenlijk? Welke middelen / werkvormen kiezen we daarvoor?

Laat het niet gewoon gebeuren, start niet zomaar ergens mee, maar heb een plan en deel dat plan met de gemeente. Laat de stappen zien en wat je daarmee wilt bereiken en geef aan hoeveel tijd je ervoor wilt nemen. Vraag inbreng van de gemeente op het plan.

2.7   Bezinning rond overige GS-besluiten rond M/V en ambt

 

Er liggen nog twee andere besluiten van de GS rond het onderwerp M/V en ambt die van belang kunnen zijn in de discussie.

 

In de eerste plaats betreft dit de erkenning van taken die vrouwen en mannen soms al langere tijd uitvoeren in de gemeente en die vroeger door ambtsdragers werden gedaan: pastoraat, catechese, leidinggeven. Er zijn gemeenten waar de roeping die kerkleden voelen                    om hierin actief te zijn, niet expliciet door de gemeente wordt bevestigd. In dat geval kan het zinvol zijn om voorafgaand aan de discussie over de vrouw in het ambt, een vorm te vinden voor ‘bevestiging’. Bijvoorbeeld door ook voor deze taken een tal te stellen en/of de aange- wezen personen in de eredienst in hun taak te bevestigen, of in te zegenen. Hiermee wordt erkend dat dergelijke (ambt-achtige) taken door diverse gemeenteleden (man én vrouw) uitgevoerd kunnen worden, dat dat werk door de gehele gemeente gedragen wordt en dat de gemeente de verantwoordelijkheid daarvoor daadwerkelijk toewijst aan de betreffende personen. Als dit punt voor uw gemeente speelt, kijk dan of het zinvol is om dit in het gesprek met de gemeente te betrekken, of om de gemeente gewoon te dienen met een voorstel.

 

Verder ligt er de oproep van de GS om zich te bezinnen op de vraag hoe recht kan worden gedaan aan de verschillen tussen man en vrouw in de vervulling van taken en ambten in de gemeente. M.n. als ervoor wordt gekozen om de ambten in de gemeente open te stellen voor vrouwen, is het goed als de kerkenraad zich ook over deze vraag buigt.

 

 

2.8   Relatie met andere kerken in het kerkverband

 

De nadruk zal waarschijnlijk komen te liggen op het gesprek binnen de gemeente. Maar je (kerkenraad, gemeente) zult je ook moeten beraden op de relatie die er is binnen het kerk- verband; met omringende gemeenten. Houd er rekening mee dat besluiten van genabuurde kerken of van de classis van invloed kunnen zijn op de discussie binnen de eigen gemeente. Overleg met andere gemeenten of in classisverband kan in de eerste plaats behulpzaam zijn voor het proces in de eigen gemeente. Maar er zijn ook gewoon een aantal praktische zaken die in overleg geregeld moeten worden.

 

Wat handig is om te delen:

  • Hoe schat men de situatie binnen de eigen gemeente in?
  • Welke invulling geeft men aan het proces in de gemeente?
  • Welk ‘standpunt’ kiezen de andere kerken? Hoe is men daar gekomen?
  • Als er bij een van de kerken moeite is met het GS-besluit: hoe zien de andere kerken dit? Wat heeft men zich daarover voorgenomen? Kunnen we elkaar ondersteunen?
  • Hoe ga je ermee om wanneer kerkenraad of predikant een andere mening is toegedaan dan waar het in de gemeente naar toe lijkt te gaan?

 

Wat goed is om af te spreken:

  • Hoe gaan we om met afvaardiging naar meerdere vergaderingen?
  • Hoe gaat het lopen met het uitnodigen van predikanten van een andere gemeente (voorgaan en handdruk)?
  • Hoe gaan we om met ambtsdragers die principiële moeite hebben met het standpunt van een gemeente waarin ze een bepaalde taak hebben (prediking, consulentschap, kerkvisitatie)?
  • Meer in zijn algemeenheid: In hoeverre respecteren we elkaars standpunten? Hoever gaat dat respect? Zijn er situaties denkbaar waarin je van elkaar kunt eisen dat de ander meegaat in de lijn die jij hebt gekozen? En, andersom: dat je dat niet van elkaar kunt vragen?
  • Wat spreken we in de classis af over bijvoorbeeld het toelatend onderzoek van vrouwelijke kandidaat-predikanten?

 

 

2.9   Communicatie met de gemeente

 

Informeer de gemeente voor/tijdens de eigen bezinning al over waar de kerkenraad mee bezig is, welke vragen worden aangelopen en wanneer de gemeente betrokken zal worden. Je kunt ook hier de gemeente al betrekken door bijvoorbeeld input te vragen op de vragen die je als kerkenraad gaat behandelen. Na de eigen bezinning informeert de kerkenraad de gemeente over de situatie: Wat hij waarneemt in de gemeente en op welke manier de besluiten van de GS door de KR zijn ontvangen. Ook stelt hij een bij de situatie passende   route voor om het thema MVeA in de gemeente te bespreken. De kerkenraad kan daarbij aangeven dat pas tot eventuele invoering van de besluiten van de GS wordt overgegaan, nadat de bezinning in kerkenraad en gemeente is afgerond (ter voorkoming van onrust).

 

De ‘bezinningsroute’ in de gemeente kan vorm krijgen in studieavonden, lezingen, wijk- of kringavonden, gemeentevergaderingen (al of niet in bijzijn van een deputaat of synodelid om het proces op de GS toe te lichten). Kies daarbij zorgvuldig de werkvormen die passend lijken in de eigen situatie, met oog voor de inhoudelijke, persoonlijke en geestelijke ‘laag’ in het gesprek en hoe je als gemeente omgaat met verschil van meningen.

<terug naar inhoud>