Menu

3. Vraagstelling aan de gemeente
Het kan voorkomen dat er in eerste instantie een soort vertwijfeling lijkt te zijn in de gemeente: Hoe moeten we hier nu mee aan de gang? Breng dan in elk geval eerst rust. Schets bijvoorbeeld op een informatieve gemeentevergadering de situatie hoe je daar als kerkenraad tegenaan kijkt. En laat het plan zien hoe je denkt dat je het met elkaar het beste aan kunt lopen. Vraag inbreng daarop.

Leg vervolgens een vraag neer in de gemeente die iedereen vanuit een gemeenschappelijk belang aan het werk zet. Niet een vraag die iedereen persoonlijk ertoe zet om zijn eigen argumenten nog eens te slijpen, maar een vraag die je om doet zien naar je buurman en nieuwsgierig maakt hoe hij daarover denkt. Je kunt de vraag letterlijk stellen aan het eind van zo’n informatieve avond, in een eredienst of als aangekondigd onderwerp voor georganiseerde (groeps)gesprekken. Denk eerst na over deze ene leidende, belangrijkste vraag. Kijk pas daarna naar vervolgvragen. Neem de tijd om samen na te denken over die vraag en neem het volgende in overweging.

Ook al zijn er besluiten op de synode genomen, de discussie zelf lijkt nog verre van gesloten (we willen in dit verband ook verwijzen naar de brief die door het moderamen van de GS- Meppel naar de kerken is gestuurd met een toelichting op de besluiten over M/V en Ambt). Er blijven mensen die er moeite mee hebben dat er wordt gezegd dat er Schriftuurlijke gron- den zijn. Er blijven mensen die blij zijn met het besluit, maar zich er nu aan storen dat ‘de anderen’ het toch nog weer tegenhouden. En met het voortgaan van de discussie blijven er mensen die het steeds minder snappen dat er zo moeilijk wordt gedaan over dit onderwerp. Ook theologen hebben rondom het onderwerp verschil van mening over lijnen in de bijbel en exegeses van bepaalde teksten. En het is aan de plaatselijke kerken overgelaten om invulling te geven, dus je hebt kans dat er verschil in beleid zal ontstaan tussen de kerken. De ervaring met het verloop van de discussie de afgelopen tientallen jaren, leert dat een puur (bijbels) inhoudelijke discussie je op korte of langere termijn ook niet bij een algemeen aanvaard antwoord zal brengen.

Kortom: er blijft verschil van mening. En dat is simpelweg de situatie. De vraag is dus niet zozeer welke positie je kiest t.a.v. de vrouw in het ambt, maar meer welke positie je kiest met het oog op de gemeenschap.

Dat neemt niet weg dat met elkaar luisteren naar de bijbel en praten over je standpunten ook belangrijk is! Ken elkaar, biedt elkaar ruimte voor gevoelens en accepteer die van elkaar!
Maar (vervolgens) samen, in gesprek bij een open bijbel, kijken hoe je gemeente van Christus bent, in liefdevolle aanvaarding van elkaar, is misschien nog wel belangrijker!

Om te helpen welke vragen je aan de gemeente aan kunt bieden is in Bijlage A. een schema gegeven. Daarin wordt de situatie van de gemeente bekeken vanuit de positie die de gemeenteleden innemen t.a.v. de vrouw in het ambt. Je hebt dan Voor- en Tegenstanders, maar ook Twijfelaars en mensen die de discussie nauwelijks volgen. Afhankelijk van die positie kun je met elkaar kijken welke vragen je elkaar (kerkenraad, maar vooral gemeente) zou kunnen stellen om met elkaar het gesprek aan te gaan.

 

<terug naar inhoud>