Menu

Deputaten pastorale zorg aan doven en slechthorenden nemen namens de GKv zitting in het Interkerkelijk Doven Pastoraat (IDP). Indien mogelijk benoemen de deputaten een GKv-dovenpredikant en stellen deze beschikbaar aan het IDP. Het IDP wijst de predikant een werkveld in een bepaalde regio toe waar hij in verschillende gezindten voorgaat; GKv, CGK, NGK en PKN. Met deze nieuwe regeling is het niet meer nodig dat een kerk vanuit ons kerkverband een predikant levert die beschikbaar moet zijn voor alle GKv-gemeenten in het land.

Deputaten ondersteunen de dovenpredikant daar waar mogelijk. Zo regelen en begeleiden zij de speciale toerusting van de predikant; voorzien de predikant van de communicatieapparatuur die hij voor zijn werk nodig heeft en staan de predikant met raad en daad terzijde.

Verder informeren, stimuleren en begeleiden zij de kerken aangaande de ambtelijke dienst met betrekking tot de doven en slechthorenden.

Contact
Website: www.doven.gkv.nl
Contactpersoon: Wout Scherff, Ragtimedreeft 18, 3845 BR Harderwijk
T (0341) 701791 | (06) 220 84 663
E-mail: secretaris@doven.gkv.nl 

De synode benoemde de volgende deputaten:
E. Baas, J. Bos (penningmeester), J.M. Jager-Nentjes, J. Kok, ds. J. Oosterhuis (voorzitter, T (038) 8532258), ds. W. Scherff (secretaris).

Actuele rapporten
Beleidsrapporten
Jaarrapporten

Rapporten van voorgaande synodes
Acta

Handreiking (Pastorale) Zorg aan slechthorenden, november 2010

Opdracht van de Synode Meppel 2017
Besluit 2:
a. toe te treden tot het Interkerkelijk Dovenpastoraat (hierna te noemen IDP), het samenwerkingsverband van drie kerkgemeenschappen, te weten de PKN, de CGK en de NGK, en daarbij een dovenpredikant (0,6 fte) dan wel een kerkelijk werker (0,6 fte) in te brengen of een bedrag voor een dovenpastor dat daarmee overeenkomt. In het IDP werken deze kerken samen om het pastorale werk ten behoeve van en samen met de dove leden der gemeente uit te voeren;
b. deputaten voor pastorale zorg aan doven en slechthorenden te machtigen de overeenkomst met de andere kerken te tekenen;
c. deputaten op te dragen dove broeders en zusters in de Gereformeerde Kerken te verwijzen naar de gecombineerde (aangepaste) kerkdiensten en dovendiensten van het IDP in de CGK, GKv, NGK en PKN en de regionale dovencommissies te begeleiden naar de Interkerkelijke Commissies (IC’s).

Besluit 3: voorts uit te spreken
a. dat door een plaatselijke kerk medewerking aan deze geestelijke bearbeiding in interkerkelijk verband kan worden verleend, mits dit geschiedt op basis van Schrift en belijdenis;
b. dat dovenpredikanten en dovenwerkers uit de samenwerkende kerken door de organiserende kerk kunnen worden gemachtigd om in dovendiensten en gecombineerde diensten voor te gaan;
c. dat de dovenpredikant gerechtigd is – daartoe uitgenodigd – voor te gaan in gecombineerde diensten en dovendiensten georganiseerd door een van de samenwerkende kerken;
d. dat sacramentsbediening waarbij dove leden van de kerk betrokken zijn moet geschieden door voorgangers die in hun eigen kerken bevoegd zijn tot de bediening ervan;
e. dat de sacramenten bediend kunnen worden in door de samenwerkende kerken belegde dovendiensten, waarbij het sacrament van de heilige doop zal worden bediend aan kinderen van dove leden in de diensten waarin de eigen kerkenraad de leiding heeft, en het sacrament van het heilig avondmaal in diensten die bij toerbeurt onder leiding staan van één van de samenwerkende kerkenraden, echter met dien verstande dat aan de tot de andere samenwerkende kerken behorende dove leden het gastrecht kan worden verleend, zulks met inachtneming van art. C41.4 KO.

Besluit 4: de volgende instructie vast te stellen voor deputaten pastorale zorg aan doven en slechthorenden:
a. zij dragen zo mogelijk een GKv-predikant die zij geschikt achten voor ter beroeping door de beroepende kerk. Deze voordracht dient met redenen omkleed te geschieden in een vertrouwelijke brief. Deputaten sluiten met hem een overeenkomst (cf art. G84.1c en 85.1c KO) in overeenstemming met Generale Regeling Predikantszaken-E. In het geval deputaten geen geschikt geachte predikant kunnen vinden, stellen zij een kerkelijk werker aan en sluiten met hem/haar een arbeidsovereenkomst. Voor hem gelden art. B31 KO en de generale regeling voor kerkelijk werkers.
b. zij regelen en begeleiden de speciale toerusting van de predikant (en/of kerkelijk werker);
c. zij voorzien de predikant (en/of de kerkelijk werker) van de communicatieapparatuur die hij voor zijn werk nodig heeft;
d. zij staan de predikant (en/of kerkelijk werker) met raad en daad terzijde. Zij begeleiden hem en zien erop toe dat hij de hem gegeven instructie uitvoert, op dezelfde manier waarop ouderlingen toezien op de ambtsdienst van hun medeambtsdragers, volgens artikel B23.3 KO;
e. zij behandelen eventuele klachten uit het midden van de kerken over het functioneren van de predikant (en/of kerkelijk werker). Zij mogen die klachten alleen in behandeling nemen als de klagende instantie eerst zelf geprobeerd heeft met de predikant tot een oplossing te komen. In zaken die leer of leven van de predikant raken, houden zij zich aan wat daarover in de instructie voor de beroepende kerk is vastgesteld (Acta GS Ommen 1993, art. 42);
f. zij informeren, stimuleren en begeleiden de kerken aangaande de ambtelijke dienst met betrekking tot de doven en slechthorenden;
g. zij vaardigen twee deputaten af om zitting te nemen in de Beleidsgroep van het IDP;
h. zij vergaderen als regel vier keer per jaar. Zij wijzen uit hun midden een voorzitter en secretaris aan. Ook dragen ze een penningmeester voor om door de synode benoemd te worden. De voorzitter fungeert als samenroeper. Deputaten nodigen in de regel de predikant (en/of kerkelijk werker) voor doven en slechthorenden uit. Hij mag als adviserend lid aan de vergaderingen deelnemen. Vanwege de eigen verantwoordelijkheid van de beroepende kerk inzake pastoraat aan en opzicht en tucht over de dovenpredikant kan ook een afgevaardigde van de kerkenraad uitgenodigd worden als adviserend lid, wanneer de deputaten of de dovenpredikant of de kerkenraad hierom vragen; om deze adviesfunctie in te vullen, informeren deputaten de dovenpredikant en de beroepende kerkenraad door het toesturen van vergaderverslagen. De adviezen van de kerkenraad moeten verbonden zijn met diens verantwoordelijkheden in pastoraat aan en/of opzicht en tucht over de predikant;
i. als er een vacature in het dovenpastoraat ontstaat, dan handelen zij bij de beroeping van een predikant naar bepaling a. hierboven;
j. in het geval deputaten geen geschikt geachte predikant, cq kerkelijk werker, kunnen vinden worden andere adequate mogelijkheden gezocht passend binnen het IDP en binnen het vastgestelde budget.

Besluit 5: als eindverantwoordelijke voor de pastorale zorg aan doven en slechthorenden, met instemming van DDSH, aan de doven en slechthorenden binnen de GKv haar oprechte excuus aan te bieden voor het ontbreken van de toegezegde zorg in de afgelopen jaren.

Grond: De generale synode heeft van verschillende kanten kennis genomen van de pijn en de frustratie rond het ontslag van de dovenpastor, van het gegroeide wantrouwen tussen doven en slechthorenden enerzijds en DDSH anderzijds. Zij betreurt diep wat er is gebeurd. Zij zegt de doven en slechthorenden toe haar uiterste best te doen te leren van wat er is gebeurd en gericht op de toekomst te voorkomen dat het werk onder doven en slechthorenden stil komt te liggen.

Besluit 6: een commissie van de synode te machtigen om samen met DDSH haar excuses over te brengen aan de doven en slechthorenden en om de plannen voor de toekomst toe te lichten. Dit zal via e-mail gebeuren en via gezocht contact met de doven en slechthorenden.

 

De onzichtbare handicap

Hoeveel dove mensen ken je in de gemeente en hoeveel slechthorende mensen? Als je er goed over nadenkt kun je vast wel een paar noemen. Weet je wat hun grootste probleem is: dat niemand hun probleem kan zien. Iemand met een blindenstok of een rolstoel zie je. Dus kun je er rekening mee houden. Maar iemand met een gehoorapparaat valt niet op. Bovendien lijken slechthorenden goed te functioneren. Daarom is er vaak weinig zicht op de problemen van slechthorende mensen. En de speciale zorg die ze nodig hebben. En dat is erg jammer!

Meer dan tien procent!
Wist je dat meer dan 10 procent van de Nederlandse bevolking gehoorproblemen heeft? Dat is natuurlijk ook zo in de kerk. Waarschijnlijk zijn het vooral oude mensen. Toch zijn er ook jonge(re) mensen die niet goed kunnen horen. Soms omdat ze slechthorend zijn geboren. En soms omdat ze dat later zijn geworden. Toen ze acht werden…of achtentwintig… of heel verschillend. Ook de oorzaak van hun slechthorendheid kan erg verschillen. Maar het is voor iedereen hetzelfde: je kunt niet meer goed horen. En wat betekent dat? Wat heeft dat voor gevolgen voor de slechthorende en voor zijn omgeving? Daar heb je als horende maar weinig idee van. En daarom houdt je er vaak ook geen rekening mee. En dat betekent dat de gevolgen van het niet goed kunnen horen voor de slechthorende nog groter worden.

Wat is eigenlijk slechthorendheid?
Het betekent niet alleen dat je alle geluiden en woorden zachter binnenkrijgt. Vaak is ook wat je hoort vervormd. Dat komt omdat bepaalde tonen wegvallen. Vooral hoge tonen zijn moeilijk. Bij het spreken hoor je bijvoorbeeld veel medeklinkers niet meer.
Stel je maar eens voor: woorden en gesprekken moeten volgen zonder dat je de medeklinkers goed hoort. Een gehoorapparaat helpt gelukkig wel maar een echt goed gehoor krijg je er niet mee terug. Bij horen gaat het niet alleen om geluiden opvangen. Je moet ze ook kunnen uitleggen en herkennen. Horende mensen doen dat bijna automatisch. Maar omdat geluiden vervormd binnenkomen bij slechthorenden is dat voor hen veel moeilijker. Hoe minder ze horen hoe meer ze geluiden moeten invullen en aanvullen. En dat kan dan fout gaan: je hoort iets anders dan werkelijk gezegd is.

Vermoeiend
Dat telkens maar moeten opletten kost erg veel energie. Steeds maar kijken naar de mond van de ander: wat zegt hij nou precies? Steeds maar invullen wat je niet hoorde. Daar wordt je moe van. Veel slechthorenden komen dan ook erg moe thuis van hun werk. En hebben dan helemaal nergens zin meer in…Ze kunnen in de kerk de preek nog net een beetje volgen maar thuis er over doorpraten lukt niet meer. Want het kost zoveel inspanning om alles goed te horen dat opnemen en begrijpen soms niet meer wil.

Sociale gevolgen
Meestal ontstaat slechthorendheid heel geleidelijk. De slechthorende persoon merkt er in het begin weinig van. Wanneer het tot je doordringt kan het al een hele tijd geleden begonnen zijn. De meeste mensen beginnen pas aan een gehoorapparaat tien jaar na het eerste gehoorverlies. Het is vaak de omgeving die het eerste merkt dat jij slecht hoort. Omdat je de tv steeds harder zet. Of omdat je de bel niet meer hoort. Je geeft antwoorden die niet passen bij de vraag. In een vergadering moeten ze zinnen voor je herhalen. Telefoneren wordt een ramp. Daar kun je erg onzeker van worden. Want alle communicatie gaat voortaan met hobbels. Eén op één gaat nog wel als je tenminste tegenover elkaar zit. Maar een gesprek met meerdere personen vaak niet meer. Want je mist steeds waar het over gaat. Dan kunnen er vervelende reacties komen. Want de mensen kunnen het niet aan je zien. En zelf vindt je het vervelend om steeds te zeggen dat je het niet goed gehoord hebt. Je hoopt op begrip en meeleven maar vaak wek je ergernis. Je moet immers steeds weer vragen: wat zei je nou? Het gevaar is dat je je dan terug gaat trekken. Want het is vermoeiend en vervelend om telkens aan te geven dat je niet goed kunt horen. En de mensen het dus telkens moeten herhalen. Daar wordt je zat van en dan vraag je het niet meer. Maar dan mis je dus nog meer en je komt in een steeds groter isolement.

Eenzaamheid
Als slechthorende ga je liever niet naar plekken waar groepen zijn. Geen verjaardagsfeest van je zwager. Geen receptie van een collega. Geen wijkavond van je kerk. Want in gezelschap moet je op je tenen lopen om de gesprekken te kunnen volgen. Wat dan vaak nog niet lukt. Alleen als je alleen bent heb je geen last van je slechthorendheid lijkt het wel. Maar dat is wel eenzaam. Veel slechthorenden maken zich dan ook zorgen over de toekomst. En vooral voor hun oude dag. Want wat gaat dat voor problemen met zich meebrengen?

Weinig zicht
Als horende heb je vaak weinig zicht op de problemen waar slechthorenden mee kampen. En welke speciale zorg ze nodig hebben. Terwijl de gevolgen van slechthorendheid voor degene die niet goed horen groot zijn. En voor de omgeving ook. En dat is jammer en ook niet goed. Het is ontzettend belangrijk om contact met je slechthorende broer en zus te hebben en te houden.
In een volgend artikel meer daarover.

Contact met broer en zus
Dankzij de vooruitgang in de techniek kan al veel gedaan worden voor dove en slechthorende mensen. Uit een enquête bleek dat in elk gebouw een ringleiding aanwezig is. In steeds meer kerken worden beamers ingezet. En dat is prachtig. We ervaren Gods zorg daarin voor zijn slechthorende kinderen. Maar het is niet voldoende. Vooral wanneer door de gemeente activiteiten worden georganiseerd voor meerdere personen blijkt dat deze niet te volgen zijn voor slechthorenden. Zoals wijkavonden, bijbelstudieverenigingen en gemeente-uitjes en dergelijke. In veel kerkdiensten wordt de beamer maar beperkt ingezet: vaak staan alleen de liederen erop. En het thema van de preek en soms een korte samenvatting daarvan. Maar andere onderdelen van de dienst, zoals bijvoorbeeld de kerkenraadmededelingen blijven niet te volgen. Veel gaat aan slechthorenden voorbij. Terwijl doven en slechthorenden God nodig hebben als hun horende broers en zussen. En dat maakt het meeleven met het kerkelijk leven erg moeilijk. Dat maakt het ook moeilijk om te groeien in het geloof. En in de gemeente van Christus mag niemand ongetroost – zonder steun en meeleven – blijven. Ook al gebeurt dat eerder door onwetendheid dan door onwil van de broers en zussen van de gemeente.

Om hulp gevraagd en hulp geboden
Om beter zorg te kunnen geven aan onze dove en slechthorende broers en zussen doen we een beroep op de horende broers en zussen. Allereerst: zoek je slechthorende broer of zus op. Als predikant, als ambtsdrager, als gemeentelid. En vraag daarbij aan de slechthorende persoon zelf waar je op moet letten. Zo leer je elkaar beter kennen, met al je mogelijkheden en onmogelijkheden. Maar als je daar niet uitkomt, sta je er niet alleen voor. De gereformeerde kerken (vrijgemaakt) hebben een predikant voor doven en slechthorenden, ds. Tjerk van Dijk. Bel hem op! Daar is hij voor. Samen met Lia Visscher, medewerkster van Dit Koningskind zijn ze aangesteld voor de zorg aan dove en slechthorende mensen in onze kerken. Overal waar slechthorendheid het contact met de eigen ambtsdragers en/of gemeenteleden moeilijk of onmogelijk is, willen zij graag helpen.

Landelijke ontmoetingsdag
Ook willen ze in kaart brengen hoeveel slechthorende mensen er zijn in de gereformeerde kerken (vrijgemaakt). En welke zorg slechthorenden precies nodig hebben. (Daarbij gaat het allereerst om gemeenteleden die vanaf hun geboorte slechthorend zijn. Of dat op jongere leeftijd zijn geworden en niet zozeer om ouderdoms-slechthorendheid.) Een eerdere oproep per brief aan alle kerkenraden heeft maar een stuk of vijf reacties opgeleverd. En dat is erg jammer. Want de bedoeling was om een landelijke ontmoetingsdag te organiseren over slechthorenden in de kerk. En dat is nog steeds het plan. Maar dan moet wel in kaart gebracht zijn om wie het gaat. Daarom deze oproep:Bent u of kent u een slechthorende? Neem dan contact op met ds. Tjerk van Dijk of Lia Visscher. En vertel hen hoe het met je gaat. Vooral in je kerkelijke gemeente. Ook als alles naar je zin is geregeld en je voelt je echt op je plek in de gemeente. Zo kunnen zij in kaart brengen hoe de zorg voor slechthorende broers en zussen is geregeld. Of hoe het beter geregeld kan worden. Want ieder kind van God is zijn zorg en aandacht waard!